a little too much curiosity

Hij had niets liever gewillen dan te kunnen terugkeren in de tijd. Het leek hem fantastisch om eens aan de lijve te ondervinden hoe de Cro Magnon evolueerde naar wat hij tegenwoordig is of om te zien hoe de Romeinse politiek onlosmakelijk verbonden was met de gruwelijke oorlogsmisdaden. Hij wilde zelf deelnemen aan één der kruistochten, gewoon om te zien hoe erg de toenmalige katholieken echt waren.

Maar nu hij eindelijk zijn doel bereikt heeft, lijkt het hem plots minder rooskleurig. In een toevallig ontdekt en goed verdoken lab vond hij een ultracomplexe machine, en zijn nieuwsgierigheid was gewoon te groot om het niet naderbij te bekijken. Groot was dan ook zijn verbazing dat het een prototype was van een of andere soort van Barabas’ teletijdmachine. Literatuur en andere vormen van creatieve bezigheden waren al vaker inspiratiebron voor technologische ontwikkelingen, maar dit sloeg werkelijk alles.

De vele blinkende lichtjes en aantrekkelijke knopjes trokken hem aan. Hij kon het gewoon niet laten even een kort sprongetje in het verleden te wagen. Hij zou wel weer terug zijn voor dat iemand zou doorhebben dat er met de meest technologische uitvinding ooit geprutst werd. En als hij toch ontdekt zou worden, kon hij zich wel op één of andere manier uit de nesten werken. Dat was toch al altijd het geval geweest?

Maar naar waar zou hij die korte ultieme reisbestemming doen? Een kruistocht in spijkerbroek zou hij later wel eens uitproberen. De ondergang van het Franse koningshuis was hem net iets te heet om snel even te checken. Nee, hij wou geen belangrijke gebeurtenis nu al in de war sturen. Hij wou gewoon even snel een tripje maken, eerder voor de ervaring dan voor de historische gebeurtenissen die hij te zien zou krijgen.

Waarom dan niet even gaan kijken hoe de native indianen het er vanaf brachten vlak voor ze ontdekt werden door de zogenaamd beschaafdere Europeanen? 1490 leek hem een goed jaar dan. Gelukkig is zijn technologische kennis sterk genoeg om uit te dokteren hoe hij alles moest instellen. Wat hij daarna meemaakte was bijna ongelooflijk. Zotte bliepjes, flitsende lichtjes en plots een hevig azuurblauw licht. Hij voelde zich plots helemaal licht worden en als hij naar zijn handen keek, leken ze helemaal op te lossen in de lucht. Alsof iemand in Photoshop hem aan het verwijderen was.

Het volgende ogenblik lag hij helemaal opgerold tussen een hoop grote planten, de hevige zon al in zijn nek brandende. Was hij er echt? Werkte de machine naar behoren? Het leek wel zo te zijn. Hij wist met zijn geluk en nieuwsgierigheid geen blijf. Onmiddellijk ging hij op pad… op pad in een “nieuwe” wereld.

Het duurde ongeveer een halve dag eer hij besefte dat hij geen enkele mogelijkheid zag ooit nog terug te keren naar zijn wereld. Hij had op die vier uurtjes heel wat gezien en hij had het klaargespeeld dat hij door niemand werd opgemerkt. Het was ongetwijfeld de meest unieke belevenis in zijn leven. Maar van zodra hij het welletjes vond, begon de paniek hem meer en meer in zijn greep te nemen. Hoe moest hij nu teruggaan? Hoe kon hij nu zo dom zijn daar niet aan te denken voor het zijn avontuur tegemoet ging?

Intussen zit hij al bijna drie jaar vast in de “nieuwe” wereld. Het duurde niet erg lang vooraleer hij dan toch werd gevonden. Maar hij had nog het geluk dat hij ongeschonden bleef. De indianen bleken veel edelmoediger dan hij ooit had durven dromen. Maar sinds enkele maanden moet hij steeds meer oppassen voor de Spaanse invasie. Die oude Europeanen zijn geen doetjes. Integendeel zelfs, het zijn echte woestelingen. Nooit eerder zag hij zoveel moord, verkrachting en uitbuiting. Nooit eerder was hij zo dicht in de buurt geweest van het pure onrecht dat mensen elkaar kunnen aandoen.

En wat vonden de Spanjaarden het vreemd dat er een blanke kerel tussen de roodhuiden ronddwaalde. En dat die dan nog geeneens de Spaanse taal machtig was. Daar moest toch wat achter zitten? Tot tweemaal toe wist hij al te ontsnappen uit de folterklauwen van de Iberische grootmacht. Maar hoelang kon hij dat nog volhouden? Hoelang moest hij nog blijven vluchten van alles wat bewoog? En steeds in de hoop dat ze in “zijn” wereld door zouden hebben dat hij niet zomaar verdwenen was. En dat ze naar hem kwamen zoeken in het verleden.

Maar diep in zijn binnenste weet hij heus wel dat dat ijdele hoop is en dat hij “gedoemd” is de rest van zijn dagen door te brengen zonder zijn geliefde technologieën, zonder het lekkere en vettige moderne eten en met de wetenschap dat hij nergens meer rustig zal zijn…

~ door danielezeffirelli op 14 november, 2008.

Reageer